|
Door: Jordy Stuivenberg Gepost op: 10-07-2009 |
Specials |
Crash van de week: Het doek valt voor Yuji Ide
Ongewild werd hij er het levende bewijs van dat de in de Japanse racerij succesvolle coureurs niet altijd geschikt zijn voor de Formule 1. De Japanner Yuji Ide debuteerde in 2006 in de koningsklasse van de autosport bij het eveneens nieuwe Super Aguri. Een gevaarlijke combinatie bleek achteraf.
We gaan in deze editie van Crash van de Week terug naar 2006, het jaar van het debuut van Ide in de Formule 1. Zijn team, Super Aguri, rijdt met een aangepaste, maar in 2003 al langzame Arrows A23. Zelfs de ervaren rijder van het team, Takuma Sato, weet niets meer met de auto te bereiken dan enkele posities ver van de top acht.
Ide blijft daar nog verder vandaan. Een schrikbarende negen seconden is het verschil tussen hem en Michael Schumacher, die bij de seizoensstart in Bahrein de pole position pakt. De onervaren Japanner wordt al snel een rijdende chicane genoemd, want ook in de races speelt hij niet veel klaar. Met twee uitvalbeurten en een dertiende en laatste plek op zak meldt hij zich in San Marino. De plek waar zijn nog maar korte loopbaan in de Formule 1 eindigde.
Ide kwalificeert zich in San Marino voor de vierde keer op rij op de laatste plaats. Voor hem staan Takuma Sato, Christijan Albers en Tiago Monteiro. Albers en Monteiro rijden beiden voor Midland F1 Racing, Sato is de teamgenoot van Ide. Het grote voordeel van de Japanners ten opzichte van de Nederlands/Portugese concurrentie is de Honda-motor.
De acceleratie van de Aguri’s ligt zodoende stukken hoger dan die van de Midland’s en bij de start weet Sato dan ook voorbij te komen aan Christijan Albers.
De Nederlander komt in het gedrang terecht, maar krijgt de kans niet meer om zijn positie te verbeteren. Voor Albers was het het einde van zijn race, voor Ide van zijn F1-loopbaan. Wat er gebeurde, ziet u hieronder.
|
|