|
Belcar - 10u van Zolder: Review Beliën Motorsport
Afgelopen zaterdag werd met de 10 Hours of Zolder het Belcar Endurance Championship 2010 afgesloten. Eén van de teams dat de champagne achteraf mocht ontkurken was Beliën Motorsport dat reeds sinds 1979 actief is in de Belgische autosport en nu aan zijn 19de titel toe is in diens rijkgevulde carrière.
Patrick Beliën en vaste kompaan Dimitri Cuyvers pakten twee titels. Enerzijds de Divisie Toerisme algemeen en anderzijds ook de categorie 2 of Toerisme -3500 cc. De BMW 120d van Beliën Motorsport is een toonbeeld van betrouwbaarheid. Patrick en Dimitri reden de zes wedstrijden probleemloos uit en stonden telkens op het podium. Eenmaal werden ze vierde in de Toerisme algemeen, maar in de klasse -3500cc waren ze van het podium niet weg te slaan met drie overwinningen, een tweede en twee derde plaatsen.
En laten we vooral niet vergeten dat Beliën Motorsport ook tijdens de recent verreden 24 Hours of Zolder een vierde plaats algemeen en een overwinning in Toerisme uit de brand sleepte. In het begin van het seizoen twijfelde Beliën Motorsport nog tussen Belcar en BTCS, maar uiteindelijk koos het team uit Neerpelt voor de Belcar. En dat heeft hen achteraf gezien geen windeieren opgeleverd.
“Met deze wagen hebben we nu titels in BTCS, Dunlop Endurance Cup en Belcar. We kunnen dus wel spreken dat wij de toerwagenspecialisten bij uitstek zijn. Niet alleen met de 120d, maar ook in het verleden met ondermeer de BMW E36 FISA Klasse 2 ex Cecotto of de drie seizoenen met Jan Jacobs in de E46 M3 GTR met de achtcilinder in het vooronder”, steekt de Limburgse BMW-concessionaris van wal.
“Het was een fantastisch seizoen met tal van overwinningen, podiumplaatsen en twee titels. We reden onze eerste beker onder ‘Beliën Motorsport’ in 1979 en meer dan 30 jaren later staan we nog steeds op het podium. Onze trouwe crew is sinds 1982 ongewijzigd en dat schept een zeer goede band. Stoppen met 19 titels zal moeilijk worden. We hebben een ideale wagen voor lange afstandsraces, maar het is afwachten wie waar gaat rijden volgend seizoen. Ik hoop van niet, maar ik vrees voor een leegloop van de Toerismes binnen de Belcar. Onze plannen voor volgend seizoen zijn nog niet concreet. We kunnen nog verschillende richtingen uit. Er zijn momenteel vier identieke BMW’s 120d in België. Het zou uiteraard leuk zijn indien die samen in hetzelfde kampioenschap zouden uitkomen” aldus een van de Nestors uit het Belgisch omloopgebeuren.
Over het verloop van de 10 Hours of Zolder waren beide heren, ondanks de titel, niet te spreken.
“Onze wagen is geknipt voor dergelijke omstandigheden. We smeekten om regen en die hebben we dan ook met bakken over ons heen gekregen”, treedt Dimitri Cuyvers zijn teammaat bij. “Maar de geleverde banden van Michelin voldeden niet. We hebben een gans seizoen geen regen gezien en daardoor hebben we de aangekochte banden ook nooit gemonteerd. Nu kwamen we tot de vaststelling dat we met een soort rallyband met amper twee ondiepe groeven en zonder afwatering naar de buitenkant de baan op moesten. Onverantwoord gewoon. En dit was trouwens voor alle wagens die met 17-duimsvelgen rondreden. Andere wagens in Toerisme met 18 duims velgen konden wel over de goede regenbanden beschikken met vijf diepere groeven en goede afwatering. Normaliter kunnen we op geschikte rubbers in dergelijke omstandigheden een top 5 ambiëren en de Klasse winnen. Het verschil in power wordt zodoende weggegomd en we kunnen zuiver op koppel rijden in de regen. Nu moeten we genoegen nemen met de 11de plaats. Zelfs met goede regenbanden zagen we wagens die constant in de problemen kwamen. Met onze banden hadden we veel zin om gewoon te stoppen.
Bij elke waterplas, en het circuit lag ermee bezaaid, hadden we last van aquaplaning. Zelfs opschakelen van vier naar vijf ging constant gepaard met doorslippende wielen en een wagen die meer dwars stond dan recht. Zelfs de mensen van de RACB maakten er ons attent op dat dergelijke banden niet mochten worden gebruikt, maar we hadden niets anders. De titel en het feit dat we geen brokken reden maakt wel veel goed,” besluit Dimitri Cuyvers.
|
|