|
Carpenter met Panther/Vision Racing en Fuzzy’s Vodka back on track
De 29-jarige IndyCar veteraan Ed Carpenter zal voor Panther en Vision Racing dit jaar nog uitkomen in de #20 wagen op de ovals van Chicago, Kentucky en Homestead. Zo werd deze week bekend gemaakt.
Panther Racing lijkt bewust te azen op overwinningen en heeft daarom gekozen voor circuits waarbij het team in het verleden al in de punten wist te rijden. Carpenter heeft hierbij een eer hoog te houden. Het team wist namelijk met Sam Hornish Jr. (2002-2003) twee zinderende overwinningen te behalen op Chicagoland. In 2003 werd in Kentucky een overwinning behaald vanaf pole. Dat gold eveneens voor de overwinningen in 2001 en 2002 op Homestead.
Sinds zijn 17e plaats tijdens de in mei verreden 94e editie van de Indy 500 heeft Carpenter niet meer achter het stuur gezeten van een Indycar. De statistieken geven echter een niet al te hoopvol beeld voor een eventuele overwinning. Carpenter is na honderd races nog niet in staat geweest om de winst te pakken. Afgelopen zomer 2009 was hij er met Menards/Vision Racing heel erg dichtbij. Ryan Briscoe gooide tijdens de Meyer Indy 300 op de Kentucky Speedway echter, met een nipte overwinning van 0.0162 sec., roet in het eten.  Fijn voor de fans om de legendarische coureur dit jaar weer eens fulltime met de #20 Fuzzy’s Vodka van Vision Racing op de baan te zien. De wagen waar het in 2005 allemaal mee begon. Voor de zes-voudige IndyCar coureur uit Indianapolis was 2009 het jaar met de meeste successen. Hij behaalde in dat jaar een tweede plaats, startte een keer als vierde, reed een race 35 ronden aan de leiding, stond zes keer binnen de top 10 en noteerde een 12e positie in het eindklassement.
Op de drie circuits zal wellicht ook Carpenter’s teammaat Wheldon een dominante rol kunnen gaan spelen gezien zijn resultaten in het verleden op Homestead (2005-2007) en Chicagoland (2005-2006).
Carpenter kan men voor het eerst weer in actie zien op 28 augustus 2010 tijdens de Peak Antifreeze Indy 300 op de Chicagoland Speedway. Bron: Persbericht Panther Racing
|